Uit in Oostende logo

Drijfhout, korte verhalen die lang bijblijven

woensdag 05 juli 2017
De tweede editie van het literaire project Drijfhout was opnieuw een succes. We kunnen terugblikken op inzendingen van 54 auteurs die hun verhaal koppelden aan een werk van de kunstenaar Léon Spilliaert. UiT in Oostende sprak met 3 auteurs!
Frank Vermang aan de tand gevoeld…

 

Twee jaar geleden deed je ook een inzending voor het project ‘Drijfhout’.  Wat was jouw drijfveer om opnieuw deel te nemen?
In 2014 was mijn eerste boek uit rond de biografie van Dubbe. Ik zat met een idee voor de realisatie  van een tweede boek dat zich ook in Oostende zou afspelen. Het kortverhaal ‘Exploding Warheads’ was dus de aanzet voor mijn tweede roman ‘Blitzkrieg Rob’. Voor het ogenblik ben ik bezig met zowel een fictie- als een non-fictieboek. Het fictieve werk is opnieuw geïnspireerd op mijn kortverhaal ‘Nooduitgang’ dat zal leiden tot mijn roman ‘Het testament’. Het andere boek zal een soort reisgids worden doorheen de tijd. Ik start bij het jaar 1960 en wil vooral culturele, muzikale elementen en zaken rond het uitgaansleven in Oostende schetsen. Hiervoor zal ik een aantal markante figuren interviewen. Voorlopig ben ik nog volop bezig met het veldwerk.

Kun je kort schetsen waar jouw verhaal over gaat?
Een man van middelbare leeftijd is gehuwd en heeft geen kinderen. Hij is een beetje uitgekeken op zijn huwelijk.Op een dag ontvangt hij een brief van de notaris met de boodschap dat zijn vader is overleden en hij hem een fortuin achterlaat, op voorwaarde dat hij zijn zus opspoort. Onderweg maakt hij kennis met een lustige weduwe…

Wat vind je van het project ‘Drijfhout’?
Een super initiatief! Het is belangrijk dat kunstbeoefenaars een platform krijgen en op regelmatige tijdstippen hun creativiteit kunnen uiten.

Hoe sta je tegenover de link met de kunstschilder Léon Spilliaert?
Voor mij hoefde dit niet. Ik vind het wel belangrijk dat er een link is met Oostende omdat het project zich hier afspeelt. Veel Drijfhoutauteurs hebben hun verhalen specifiek gekoppeld aan een schilderij en hebben eerder een beschrijving gegeven van wat er op dat kunstwerk te zien was. Ik voelde mij minder vrij bij het schrijven.  Voor mij primeert nog steeds het verhaal. Terwijl sommige auteurs als het ware gaan zweven en zich in kunstzinnige bochten wringen. Net als bij muziek moet de stem het nummer dienen. Dat wil daarom niet zeggen dat ik de schilder Spilliaert niet bewonder. Integendeel. Hij was een geweldig schilder! Ik heb geopteerd voor een zelfportret. Binnen mijn verhaal heb ik niet echt rekening gehouden met de link naar Spilliaert.

Er waren 54 inzendingen. Is er jou een verhaal bijgebleven? 
Ik heb ze nog niet allemaal gelezen en niet elk verhaal kon mij boeien. Maar zoals ik al zei: voor mij primeert het verhaal! Knarf Pellecom bracht een goed en inhoudelijk sterk verhaal.


Even polsen bij Pieter Degroote…

 

Wat was jouw drijfveer om deel te nemen aan het project ‘Drijfhout’?
Ik droom er al lang van om te schrijven, maar het kwam er niet van. Met Drijfhout kregen we een heel concrete opdracht die bovendien gelinkt was aan mijn geliefkoosde stad Oostende en aan de schilderkunst van Spilliaert, die ik ook erg kan smaken.  Bovendien: elke schrijver wil gelezen worden, toch? De website van Drijfhout biedt een veelgelezen forum waar een schrijver een groot lezerspubliek vindt. Dat alles gaf mij het noodzakelijke duwtje in de rug om eindelijk aan het schrijven te gaan.

Kun je kort schetsen waarover jouw verhaal ging? 
Mijn verhaal, ‘Eindstation Oostende (25 augustus 1997)’, gaat over een man die door relatieproblemen terug alleen gaat wonen in het huis van zijn overleden grootvader. Daar komen de herinneringen terug aan zijn wonderjaren, toen hij in dezelfde straat woonde als zijn even oude nicht met wie hij onafscheidelijk was. Aan die gelukkige kindertijd kwam vele jaren geleden  echter abrupt een einde toen zijn nicht overleed na een ongeval op het schip van zijn grootvader. Hoewel hij aanwezig was bij het ongeval, heeft hij toen nooit de ware toedracht ervan geweten. Op een nacht krijgt hij in zijn slaap een soort visioen en wordt één en ander duidelijk.

Waar haalde je je inspiratie?
Hoewel ik zelf maar heel kort in Oostende gewoond heb -ik was toen al boven de 20- liggen er wel wat familiewortels: mijn bompa was er visventer, mijn ma woonde als kind boven Café De Ton in Raversijde en later had mijn tante een winkel in visgerief niet ver van de Groentenmarkt. Net als ik in het verhaal schrijf, was Oostende voor mij de grote stad  waar ik als puber wel heen ging om uit te gaan en waar ik familie had, maar dat ik voor de rest niet zo goed kende. Het bleef allemaal een beetje mysterieus en zo kweekte ik een fascinatie voor de stad. Al het goede was daar te vinden: een cinema, boekenwinkels, leuke muziekcafés, goede muziek zoals die van Arno… Dat had ik in mijn eigen dorp allemaal niet. Voor mijn verhaal ben ik vertrokken van twee familie-episodes. Het eerste las ik in de memoires van de broer van mijn bompa, die destijds nog burgemeester van Raversijde is geweest. In dat boek beschrijft hij hoe mijn bompa tijdens de oorlog een ton uit het water viste. Een andere familieherinnering stamt uit de tijd dat ik zelf wel eens uitging in de Langestraat. Daar hield mijn ma niet zo van, want blijkbaar is daar ooit een nicht van haar gestorven door een verdwaalde kogel. Die twee elementen, waar ik zelf maar weinig informatie over had, heb ik gebruikt om een volledig nieuw, fictief verhaal te verzinnen. En uiteraard was ook Spilliaert een inspiratiebron. Ik heb twee workshops gevolgd die de bibliotheek aanbood in het project en net vóór de eerste workshop ben ik in Mu.ZEE naar het werk van de grootmeester gaan kijken. Wat een ontdekking! Ensor kende ik wel, maar Spilliaert eerlijk gezegd veel minder. Ensor is overweldigend en carnavalesk, daar waar uit Spilliaerts werk veel meer eenzaamheid spreekt, veel meer aandacht voor het licht en vaak nachtelijke taferelen afbeeldt. Dat spreekt me persoonlijk veel meer aan. Ik heb ondertussen ook de tentoonstelling bezocht in de Rotonde van de Venetiaanse Gaanderijen. Echt de moeite!

Maritha de Sterck kwam een masterclass geven: heb je een en ander opgestoken tijdens de sessie?
Vast en zeker. In die workshop kregen de cursisten feedback en tips over de tekst die we tot dan hadden. We werden gevraagd om een nieuwe versie te maken. Het gesprek met Maritha gaf me energie om nieuwe stukken te schrijven, de hoofdpersoon anders voor te stellen, linken te verzinnen tussen de verschillende gebeurtenissen… Ik denk toch dat mijn verhaal er veel sterker door geworden is. Aan beide workshops heb ik trouwens veel gehad. Er was er eerst eentje waarin Tine Mortier ons de basics van het schrijven van een verhaal bijbracht. Ik had nog geen letter op papier voor ik naar die workshop ging, maar daarna ging het vliegensvlug.Tine kan erg goed haar enthousiasme op haar studenten overbrengen. Een aanrader!

Welk werk heb je uitgekozen dat bij je verhaal paste en waarom?
Ik heb gekozen voor De Duizeling, toevallig ook het werk dat afgedrukt staat bij het kortverhaal van Els Snick dat gratis werd uitgedeeld ter gelegenheid van Drijfhout. Het hoofdpersonage krijgt zijn visioen op het moment dat hij dit schilderij bekijkt. Plots meent hij er trekken van zijn nicht in te herkennen en dat brengt alles op gang. Ook tijdens het schrijven heeft dat werk me enorm geholpen. Het was heel leuk om zo ongebreideld mijn fantasie te kunnen botvieren!

Wat vind je van het project ‘Drijfhout’?
Ik vind het enorm knap dat het zoveel mensen aanzet tot schrijven. Het bewijst dat mensen toch heel graag verhalen aan elkaar blijven vertellen. Het concept is ook dankbaar: je schrijft, stuurt in en even later staat het op een website te lezen. Ik was trouwens oprecht verbaasd over het aantal echt goede verhalen die er uit het project zijn voortgekomen. Het was bovendien heel tof om een aantal van hen ook te ontmoeten en van gedachten te kunnen wisselen.

Er waren 54 inzendingen. Is er jou een ander verhaal bijgebleven? Zo ja, welk en waarom?
Het verhaal ‘Clo’ van Patricia Opsomer, waarin een door Spilliaert geschilderd teiltje de hoofdrol speelt, heeft me gefascineerd.

Schrijf je nog andere zaken buiten het kortverhaal voor Drijfhout?
Ik hoop toch dat er nog zaken volgen. De ambitie is er in ieder geval!


In gesprek met Patricia Opsomer…

 

Wat was jouw drijfveer om deel te nemen aan het project ‘Drijfhout’?
Drijfhout staat voor hetgeen dagelijks aanspoelt op het strand en in je leven, je gedachten. Fascinerend, toch? Het biedt een ruimte waarin je elk woord, elke zin kunt proeven en verwerken om uiteindelijk niet zomaar een kortverhaal van zilte zeelucht te schrijven. Nee, er is meer. Veel meer. Mijnheer Léon Spilliaert kwam dit jaar aanleunen met zijn prachtige werken, zijn nachtelijke dwalingen, zijn eenzame zwaarmoedigheid. Voor de combinatie van dit alles, ben ik gevallen.

Kun je kort schetsen waarover jouw verhaal ging?
Mijn verhaal is in de ik-vorm geschreven. Zo sta ik kort na Nieuwjaar bij de bakker, bestel een klein volkorenbroodje en zie opeens een blauwe teil in het midden van de Torhoutsesteenweg staan. Dat is het uitgangspunt. Ik leg een ganse weg af van 't Peerd, door het Leopoldpark, langs de Vindictivelaan naar het Station, langs de Kaai, over de Dijk langs het Kursaal naar de Gaanderijen. Op zoek naar Clo of Clotilde die in de nacht van 31 januari 1953 verdronk in Oostende. Clo kwam naar hier om de zee te schilderen. De zee inspireerde ook Spilliaert, voor wie Clo een grote bewondering had. Alle mensen die een creatieve ziel hebben en die verdrietig zijn, zien Clo met haar blauwe teil. Hoe ze schept ... Letterlijk en figuurlijk.

Waar haalde je je inspiratie?
Door om me heen te kijken. Te luisteren. Neem nu verdriet... Mensen verliezen mensen, hebben verdriet, lopen er jaren mee rond, kroppen het op, verzuren... Je hebt ook mensen die mensen verliezen, verdriet hebben, er jaren mee rondlopen en opeens terug het licht van de maan zien, de warmte van de zon voelen, de vogels horen... Wel, die mensen zijn Clo tegengekomen, denk ik dan. Ja, ik weet het, ik heb veel fantasie!

Wat vind je van het project ‘Drijfhout’?
Een prachtig project. Er is geen wedstrijd aan verbonden en dat vind ik mooi. Iedereen die in de pen wil kruipen en zich aan de regels van het project houdt, krijgt hier ruimte om zijn of haar verhaal te publiceren én een publiek.

Hou je van de kunstenaar Spilliaert?
Ja, ik hou van zijn nachtelijke dwalingen. En hoe er altijd wel een streepje licht valt doorheen zijn zwaarmoedigheid.

Welk werk heb je uitgekozen dat bij je verhaal paste en waarom?
Ik heb gekozen voor 'De blauwe teil'. De teil staat niet in het midden van het werk maar hoog en eist toch alle aandacht. Vreemd. En hoe deze lege teil het maanlicht vangt en weerkaatst. Het heeft iets speels maar ook iets magisch. Omgeven door de nacht waar Spilliaert als een kenner doorheen kuiert, zie je hier de bijna tedere weerkaatsing van het maanlicht in een blauwe teil. De nacht, de teil, de maan... En hoe jij als toeschouwer ernaar kijkt want je bent deel van het geheel. Prachtig.

Bemoeilijkte de link met Spilliaert jou het schrijven van je kortverhaal of zette het je juist beter op weg?
Het zette mij beter op weg. Vanaf dag één dat ik voor 'De blauwe teil' koos, wist ik welke kaart ik trok. Spilliaerts zwaarmoedige tred, een stukje Oostendse geschiedenis, mijn fantasie...

Je schrijft anders gedichten en liedjesteksten. Was het moeilijk om een kortverhaal te schrijven? Wat is het grote verschil?
Wat gedichten en liedjesteksten betreft, hanteer ik voor mezelf de volgende slagzin: 'Less is more'. Iets wat ik achterwege moet laten bij het schrijven van verhalen, ook kortverhalen. Want een schrijver is in de eerste plaats een verteller. Iemand die de lezer, de luisteraar verhaalt over de personages, het gebeuren en de omgeving waarin alles plaatsvindt. Als je dit met te weinig woorden doet, iets wat aandacht vraagt niet met de nodige zwier uitspit, ga je aan het vertellen voorbij. Een kortverhaal schrijven is en blijft voor mij een uitdaging. Conflict, personages, verhaal, je moet het allemaal neerpennen binnen max. 3500 woorden. En de lezer, luisteraar boeien! Dit alles in balans brengen is een uitdaging. Spannend...

Maritha de Sterck kwam een masterclass geven: heb je één en ander opgestoken tijdens de sessie?
Zeker en vast. Met veel plezier heb ik de sessie bijgewoond.

Er waren 54 inzendingen. Is er jou een ander verhaal bijgebleven? Zo ja welk en waarom? 
Verschillende verhalen zijn me bijgebleven. 'De vrouw die de zee niet meer wilde zien' van Katrien Vervaele, 'Geen licht zonder donker' van Erna Schelstraete. Eentje die er voor mij uitspringt, is 'Tegenlicht' van Ines Nijs. Als lezer volg je het meisje in het verhaal van heel dichtbij. Heel boeiend geschreven. Een aanrader!


Alle verhalen werden gebundeld op www.drijfhout.be.

Interviews: Christine Willaert voor UiT in Oostende